NL | FR | ENG

Het Brouwproces

De hoofdingrediënten van bier zijn water, mout, hop en gist:
  • Het water wordt uit eigen bronnen voorzien.
  • Het mout aangekocht in de mouterij en in zakken van 50 kg aangeleverd.
  • De bloemenhop (Saaz, Hallerthau, Styrian Golding, Brewers Gold, …) is afkomstig uit België, Engeland en Tsjechië.
  • Er worden vier verschillende giststammen gebruikt: voor Contrapils, voor Tonneke en Contreras’ Especial Mars, voor Valeir blond, Valeir donker en Extra en voor Valeir divers.


Het schroten van het mout

Daags voor het brouwen worden de twee kookketels (met respectievelijk 37 en 66 hl inhoud) met brouwwater gevuld en opgewarmd. Terzeldertijd wordt het mout geschroot en in zakken klaargezet boven de filterkuip. Alles staat dan klaar om op donderdag om vijf uur 's morgens van start te gaan.



Het storten van het mout en de bereiding van het wort

Eerst wordt in de beslag- en filterkuip het beslag gemaakt (mengeling van warm water met mout). Vervolgens wordt op gezette tijden kokend water toegevoegd zodat de temperatuur van het water-mout-mengsel stijgt om uiteindelijk de eindtemperatuur van 72 °C te bereiken; dan valt alle enzymatische werking stil.



De toevoeging van hop en het koken van het wort

Via zwanenhalskranen loopt het filtraat in een onderput vanwaar het wort naar de grootste kookketel (66 hl) wordt overgeheveld. De draf die overblijft wordt dan een tweede keer vermengd met warm water uit de tweede kookketel en dat filtraat gaat opnieuw naar de kleine kookketel (37 hl). Na anderhalf uur koken met hop wordt het kokende wort gemengd om vervolgens gekoeld te worden.



Het koelen van het wort en toevoeging van gist

Vanuit deze onderput wordt het gekookte wort naar de wachtbank op de eerste verdieping overgepompt en vervolgens wordt het naar de baudelotkoeler. Deze koeler koelt het wort naar 22°C (hoge gisting) of 14°C (lage gisting) tevens wordt het wort ook belucht. Bij het afgekoelde wort wordt de gist toegevoegd.

Het Gistingsproces

De hoofdgisting

Het gekoelde wort met de toegevoegde gist loopt vervolgens gravitair naar de hoofdgistingszaal. Daar gist het jonge bier in een gesloten tank. Na ongeveer één week (voor pils aan 14°C) of drie tot vier dagen (voor hoge gisting aan 22°C) wordt het bier gekoeld naar respectievelijk 5°C en 15°C en verhuist het naar horizontale lagertanks in de kelders.

De lagering
In de kelders lagert het bier aan 2°C. Na een rustperiode van 4 weken voor hoge gistingsbieren en 6 weken voor lage gistingsbieren is het bier uitgegist.

De Filtratie en het Afvullen

Na lagering gaat het bier tenslotte via de gistseparator en de platenfilter naar de helderbiertanks. Bieren zonder hergisting worden hier gesatureerd en voor bieren met nagisting op de fles of het vat wordt een tweede maal gist toegevoegd.



Nadien wordt het bier op fles of op vat afgevuld.